festival

Natuurlijk ben ik nog lang niet oud. Maar ik ben ook geen achttien meer. Toch houd ik wel van festivals waar leuke muziek, leuke mensen en een leuke sfeer elkaar afwisselen. Daar horen uiteraard een lekker biertje en een snelle hap bij. Dan houd je immers genoeg tijd over voor het entertainment. Daarom ging ik afgelopen weekend helemaal happy naar het Indian Summer Festival. Let the good times roll…

 

Dit lokale festival is niet het eerste concert dat ik heb bezocht. Woodstock en Kralingen ken ik weliswaar van horen zeggen, maar verschillende evenementen en optredens staan in mijn geheugen gegrift. Wat te denken van The Stones, een ex-Beatle en The Boss, om maar wat grote namen te noemen. Ook Nederlandse bands als De Dijk, Het Goede Doel en – in een ver verleden – Earth & Fire heb ik live gehoord en gezien. Nog steeds heb ik goede herinneringen aan de muziek, de sfeer, de nieuwe vriendschappen en de mensen (lees: meiden) die ik daar heb ontmoet.

 

Afgelopen week stond ik dus op het festivalterrein in Geestmerambacht. Niet te vergelijken met de oorspronkelijke locatie, maar groot genoeg voor massaal vermaak. Vorig jaar luidde de kritiek dat het terrein de uitstraling had van een weiland. Dit jaar was er beduidend meer aandacht voor de entourage, maar ging de kritiek vooral over de line up. Okay, voor Ronnie Flex loop ik niet warm en De Jeugd van tegenwoordig behoort ook niet tot mijn favorieten. Maar veel andere namen zijn beslist de moeite waard. Dus toog ik vol goede moed naar het feestterrein.

 

Uiteraard kwam ik per fiets, net als duizenden andere bezoekers uit de regio. Ook dronk ik een aardig biertje en kon ik kiezen uit diverse etenswaren, het een nog lekkerder dan het ander. Bij mijn favoriete bands stond ik vooraan, zodat ik een goed zicht had op de muzikanten en alles perfect kon horen. Daarna ging ik op zoek naar de tap. De weg daar naartoe was geplaveid met lege verpakkingsmaterialen, maar de bar was ideaal gesitueerd: pal ernaast lagen de wc’s, op weg daar naartoe kwam je langs een stand van Bekerstreet. Dus opdrinken, afgeven en legen, was het motto.

 

Bij diverse hotspots lag overigens nog aardig wat modder. De organisatie had links en rechts wel wat zand uitgestrooid, maar je gleed soms alle kanten op en de grond zag eruit alsof er een trekkerrace was geweest. Op zaterdag smeerden vrijwilligers van KWF Kankerbestrijding de huid van de bezoekers vakkundig en met veel liefde en overtuiging in met zonnebrandmiddelen. Er was gratis water: je moest er weliswaar voor naar de wasbakken bij de wc’s, maar daar kon volop getapt worden. Alleen het geluid was van ouderwets niveau: bij de ene tent hoorde je wat bij de andere tent werd opgevoerd!

 

Na afloop verbaasde ik me over de enorme hoeveelheid afval dat een dergelijk evenement oplevert. Dirk DuurzaamDe zondag na het festival maakte ik een wandelingetje langs het terrein. Toen werden mij de pluspunten van deze locatie duidelijk: het veld heeft komende weken alle tijd om te herstellen. Van geluidsoverlast voor omwonenden kan nauwelijks sprake zijn omdat er in de directe omgeving bijna geen mens woont. En het materiaal en alle afval wordt afgevoerd buiten het zicht van het publiek. De

locatie is wellicht wat minder sfeervol, het was er wel gezellig. Komende tijd ga ik er genieten van de rust en de ruimte en denk ik terug aan een geslaagd festival!

 

Dirk Duurzaam